DE MOORD OP VICTOR ’T HOOFT: VAN VRIJSPRAAK TOT DEFINITIEVE VEROORDELING
Op woensdagavond 7 november 2007 werd een man in zijn woning in Den Haag doodgeschoten. De zaak leidde tot een omvangrijke strafprocedure. Waar de Rechtbank Den Haag de verdachte in 2009 nog vrijsprak, kwam het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep tot een veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf. De zaak draaide onder meer om DNA-sporen die op verschillende voorwerpen en op kleding van het slachtoffer werden aangetroffen.
De fatale avond van 7 november 2007
De schietpartij vond plaats tussen 18.07 en 18.11 uur. Het slachtoffer bevond zich in zijn woning. Zijn echtgenote was eveneens aanwezig.
Volgens de verklaring van de echtgenote kwam haar man thuis, waarna een man achter hem aan de woning binnenging. De indringer droeg volgens haar een donkere baseballpet over een bivakmuts. Vervolgens ontstond een worsteling. De vrouw probeerde tussenbeide te komen, maar de man werd meerdere keren van dichtbij beschoten.
Na de schietpartij vluchtte de echtgenote naar een nabijgelegen ambulancepost. Zij omschreef de dader als een blanke man van ongeveer 1,90 meter lang.
De officiële stukken beschrijven de gebeurtenissen en de verklaringen van de echtgenote. De rechtbank en het gerechtshof hebben de betrouwbaarheid en betekenis van die verklaringen op verschillende momenten beoordeeld.
Het forensisch onderzoek
Op de plaats delict werden verschillende vuurwapengerelateerde voorwerpen en munitie aangetroffen. Het ging onder meer om een pistool van 6,35 millimeter, munitie van 6,35 en 9 millimeter, een patroonhouder en een geluiddemper.
Bij sectie op het lichaam van het slachtoffer werden vier schotverwondingen vastgesteld. Er werden twee 9mm-kogels uit het lichaam gehaald. Ook werd een kogel aangetroffen in de kleding van het slachtoffer.
Het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht verschillende voorwerpen op biologische sporen. Er werden DNA-sporen aangetroffen op onder meer het pistool, de patroonhouder, de geluiddemper, onderdelen van de munitie en de jas van het slachtoffer.
De aanwezigheid van DNA op meerdere voorwerpen speelde later een belangrijke rol in de beoordeling van het bewijs. De verdediging voerde aan dat de sporen mogelijk op een andere manier op de voorwerpen terecht waren gekomen dan door betrokkenheid bij de moord.
Eerst vrijspraak, daarna vijftien jaar gevangenisstraf
Op 3 april 2009 sprak de Rechtbank Den Haag de verdachte vrij van de moord en de betreffende wapenfeiten. De rechtbank vond het bewijs onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Daarbij speelden onder meer de DNA-sporen, mogelijke alternatieve verklaringen voor de aanwezigheid daarvan en de herkenning door de echtgenote een rol.
Het Openbaar Ministerie ging tegen de uitspraak in hoger beroep.
Het Gerechtshof Den Haag kwam op 15 april 2011 tot een andere conclusie. Het hof beoordeelde het bewijs in onderlinge samenhang en achtte de betrokkenheid van de verdachte bij de moord bewezen. De verschillende DNA-sporen op de aangetroffen voorwerpen en op de kleding van het slachtoffer waren daarbij van belang.
Het hof veroordeelde de verdachte tot vijftien jaar gevangenisstraf.
De verklaring over de gestolen kluis
Een belangrijk onderdeel van de verdediging was de verklaring dat in september 2006 een kluis uit de woning van de verdachte zou zijn gestolen. Daarin zouden onder meer een pistool van 6,35 millimeter, munitie, handschoenen en een bivakmuts hebben gelegen. Volgens de verdediging kon dit verklaren waarom DNA van de verdachte op het aangetroffen wapen en andere voorwerpen terecht was gekomen.
In het latere ACAS-onderzoek werd deze verklaring opnieuw bekeken. Daarbij werd onder meer onderzocht wanneer het betreffende pistool was voorzien van Italiaanse testbankmarkeringen en wanneer het was omgebouwd tot een vuurwapen waarmee scherpe munitie kon worden afgevuurd.
De ACAS wees erop dat het wapen volgens de onderzochte gegevens pas in 2007 bij een Italiaanse testbank was geweest. Dat vormde een belangrijk probleem voor de verklaring dat het wapen al in september 2006 in de gestolen kluis had gelegen.
Ook andere omstandigheden rond de gemelde diefstal werden door de commissie besproken. De ACAS zag hierin geen aanleiding om aanvullend onderzoek te adviseren.
De Hoge Raad bevestigt de veroordeling
De verdachte stelde cassatie in tegen de uitspraak van het gerechtshof.
Op 17 april 2012 deed de Hoge Raad uitspraak. De Hoge Raad liet de veroordeling in stand. Wel werd de juridische kwalificatie van een onderdeel van het bewezenverklaarde bezit van munitie aangepast. De overige klachten leidden niet tot vernietiging van het arrest.
Daarmee bleef de veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf in stand.
De nieuwe poging tot onderzoek: ACAS in 2022
De zaak kreeg in 2022 opnieuw aandacht door een verzoek van de verdediging aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad om een nader onderzoek te laten verrichten. De advocaten dienden dit verzoek op 22 december 2021 in op grond van artikel 461 van het Wetboek van Strafvordering.
De verdediging bracht verschillende mogelijke alternatieve verklaringen naar voren. Zo werd gewezen op mogelijke indirecte DNA-overdracht via een balie bij een Texaco-tankstation. Ook werd gevraagd om aanvullend DNA-onderzoek, waaronder probabilistische genotypering van DNA-mengprofielen.
Daarnaast vroeg de verdediging aandacht voor een alternatief scenario waarin een zakelijke relatie en een mogelijke verhouding met de echtgenote van het slachtoffer een rol zouden hebben gespeeld.
De Adviescommissie afgesloten strafzaken onderzocht het dossier en bracht op 17 november 2022 haar advies uit.
Waarom de ACAS geen nader onderzoek adviseerde
De commissie onderzocht de verschillende argumenten afzonderlijk.
Bij het scenario van indirecte DNA-overdracht via de Texaco-balie keek de ACAS onder meer naar camerabeelden en de mogelijke overdrachtsroute. Volgens de commissie waren er onvoldoende aanwijzingen om aan te nemen dat de DNA-sporen op die manier op de aangetroffen voorwerpen terecht waren gekomen.
Ook het verzoek om nieuw DNA-onderzoek werd beoordeeld. De commissie zag onvoldoende aanleiding om probabilistische genotypering te laten uitvoeren. De enkele mogelijkheid dat een nieuwe onderzoeksmethode aanvullende informatie zou kunnen opleveren, was volgens de ACAS niet voldoende om nader onderzoek te rechtvaardigen.
Het alternatieve scenario rond een mogelijke verhouding en een zakelijke relatie werd eveneens besproken. De commissie vond de aangedragen verklaringen onvoldoende concreet en zag geen directe aanwijzingen die aanleiding gaven tot aanvullend onderzoek.
De ACAS adviseerde uiteindelijk om geen nader onderzoek te laten verrichten. Het advies was daarmee geen nieuwe rechterlijke uitspraak over de schuldvraag, maar een beoordeling van de vraag of aanvullend onderzoek met het oog op een mogelijke herziening gerechtvaardigd was.
Kernfeiten Strafzaak
- Datum delict: woensdag 7 november 2007
- Tijdstip: tussen 18.07 en 18.11 uur
- Plaats: woning in Den Haag
- Rechtbank Den Haag: vrijspraak op 3 april 2009
- Gerechtshof Den Haag: veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf op 15 april 2011
- Hoge Raad: uitspraak op 17 april 2012; veroordeling bleef in stand
- ACAS: advies uitgebracht op 17 november 2022; geen nader onderzoek aanbevolen
Officiële Bronnen
- Rechtbank Den Haag – ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9948
- Gerechtshof Den Haag – ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1410
- Hoge Raad – ECLI:NL:HR:2012:BW2488
- ACAS – Advies zaak Proveniers (zaak 044), 17 november 2022
Gerelateerde artikelen
- De Bredase Koffermoord (1976): Het lugubere mysterie van de 13-jarige Khadja Elbaz
- Precies 18 jaar later: de onopgeloste moord op Peter de Koster (32) op De Binckhorst in Den Haag
- Cold Case: Het onopgeloste mysterie van Betty Szabó (19): Een brute moord, een hologram en nieuwe DNA-hits
- Cold Case Den Haag: De mysterieuze dood van de 91-jarige Corrie van Geesbergen en een fatale fout
- Cold Case: De brute onopgeloste moord op Maarten Redeker (29) in Den Haag (2007)