Cover
Waargebeurd Dossier | Breda

De Bredase Koffermoord (1976): Het lugubere mysterie van de 13-jarige Khadja Elbaz

Gepubliceerd op 02-08-2026 3.653 Theorieën (0)
Historisch Dossier - Moordzaken

De Bredase Koffermoord (1976): Het lugubere mysterie van de 13-jarige Khadja Elbaz

Publicatie: Redactie Moordplekken | Datum: 2 augustus 2026

Zondagochtend 1 augustus 1976, halfnegen. De 62-jarige Jos Verhoeven wandelt met zijn hond vanaf de Boschstraat richting het Valkenbergpark in Breda. Op een braakliggend terrein aan de Bouwerijstraat valt zijn oog op een grote bruinbeige koffer, achtergelaten tegen een elektriciteitshuisje. Wanneer hij voelt dat de koffer loodzwaar is en uit angst voor gestolen drugs, waarschuwt hij de politie. Het is het begin van een van de meest lugubere en geruchtmakende zaken uit de Nederlandse misdaadgeschiedenis: de Bredase koffermoord. Het slachtoffer blijkt de 13-jarige Khadja Elbaz te zijn.


Een portretfoto van het slachtoffer, de destijds 13-jarige Khadja Elbaz, afkomstig uit een voorstad van Parijs. 

-- Lees onder dit blok verder in het dossier --

Steun ons onafhankelijke speurwerk ☕ Wij geloven dat misdaadverslaggeving voor iedereen vrij toegankelijk moet zijn. Daarom vind je op Moordplekken.nl géén betaalmuren. Ons platform wordt gedraaid door een klein team vrijwilligers. Waardeer je dit uitgebreide dossier? Met een eenmalige donatie via Buy Me a Coffee help je ons de servers in de lucht te houden!

Doneer via Buy Me a Coffee

Een macabere vondst op zondagochtend

Surveillerende agenten Ruud Rosema en Matthieu Breukel zijn als eersten ter plaatse. Met de stang van een krik werken zij het deksel van de met riemen en sloten afgesloten kunstleren koffer iets los. Een ondraaglijke walm ontsnapt, en een korte blik naar binnen bevestigt hun gruwelijke voorgevoel: er ligt een ontbindend menselijk lichaam in de koffer. Hoofdagenten Toon Aertsen en Rien Polderman, en later brigadier Ad Moseman, arriveren en openen de koffer volledig. De vondst is schokkend: een in verregaande staat van ontbinding verkerend lijk, waarbij het hoofd in de hoek van de koffer rust. Enkele vingerkootjes ontbreken en het krioelt van de maden.

Een historische, zwart-witte archieffoto (stadsarchief Breda) waarop te zien is hoe de grote gesloten koffer tegen de rand van een klein stenen elektriciteitshuisje staat op een braakliggend terrein aan de Bouwerijstraat.

Advertentie
Deel dit dossier met anderen

Onder leiding van de inspecteurs Diepenhorst en Van Bruggen start direct een grootschalig onderzoek. Voor de jaren '70 wordt uiterst secuur gewerkt: de plaats delict wordt nauwgezet afgezet en afgezocht, iets wat destijds nog niet overal standaardprocedure was. Omdat het gezicht van het slachtoffer door de ontbinding onherkenbaar is en papieren ontbreken, staat de politie voor een volstrekt raadsel. Het slachtoffer wordt geregistreerd als 'onbekend meisje, geschatte leeftijd 13 tot 15 jaar'.

Een close-up foto in zwart-wit van een grote bruinbeige, kunstleren koffer die geopend op de grond ligt, de plek waar het lichaam van de 13-jarige Khadja in 1976 werd aangetroffen.

Feiten op de plaats delict:

  • Vindplaats: Braakliggend terrein Bouwerijstraat, tegen een GEB-elektriciteitshuisje in het centrum van Breda.
  • Datum & Tijd: Zondag 1 augustus 1976, 08:30 uur.
  • Eerste bevindingen: Geen bloedsporen rond de koffer, koffer oogde relatief nieuw, handvat afgebroken. Dit duidde direct op een andere (oorspronkelijke) plaats delict.
  • Staat van het lichaam: Vergevorderde ontbinding; dit wees erop dat het overlijden maanden voor de vondst in Breda had plaatsgevonden.

De vlucht uit Villejuif: Wie is Khadja Elbaz?

Terwijl in Nederland met man en macht, en zonder de hedendaagse luxe van DNA of digitale databases, wordt gezocht naar de identiteit van het meisje, ligt het antwoord in Frankrijk. Het slachtoffer blijkt de 13-jarige Khadja Elbaz te zijn. Zij is geboren in Casablanca, van Marokkaanse afkomst en woonde in een eenvoudige wijk in Villejuif, een voorstad van Parijs.

Lees ook in dit dossier: Cold Case: Strafzaak rondom verdwenen Duncan Zwakke ten einde, Zutphense zakenman definitief vrijgesproken

Haar trieste verhaal begint op 15 januari 1976, maanden voor de vondst in Breda. Terwijl haar ouders op vakantie zijn, loopt Khadja weg van huis. Samen met een vriendinnetje, de eveneens minderjarige Cheriffa Bouaziz, begint ze aan een onbestemde zwerftocht. Op 18 februari duiken de meisjes op aan de grens in Nederland, maar de Koninklijke Marechaussee stuurt ze terug omdat ze geen middelen van bestaan hebben. De meisjes keren kortstondig terug naar Villejuif, maar verdwijnen daarna weer spoorloos. Pas in april, omdat de politie in die tijd niet snel panikeerde bij bekende 'weglopers', doet de moeder officieel aangifte van vermissing.

Dossier Beeldmateriaal: De zaak na 50 jaar nog actueel

In deze uitzending gaat men uitgebreid in op de details en de enorme maatschappelijke impact van deze lugubere moordzaak, 50 jaar na dato.

Het spoor van de koffer leidt naar de dader

Omdat identificatie via het lichaam stokt, richt de Bredase recherche al haar pijlen op de koffer. Deze relatief nieuwe, soepele skai-koffer was verpakt in opvallend winkelpapier. Rechercheurs bezoeken lokale kofferwinkels. Die klassieke opsporingsmethode werpt vruchten af: een winkelier herkent de koffer en weet dat deze kort voor de vondst is verkocht aan een man met een specifiek signalement.

Het spoor leidt in augustus 1976 direct naar de ongeveer 30-jarige El Miloudi Ounzi, een Marokkaanse vrachtwagenchauffeur die verblijft in een woning aan de Boschstraat in Breda, toentertijd een straat vol pensions, goedkope kamers en internationaal verkeer. Bij de huiszoeking stuit de politie onder meer op het verpakkingspapier van de kofferwinkel, en worden in de woning enkele ontbrekende vingerkootjes van het slachtoffer aangetroffen.

Maandenlang in de kelder: Een weerzinwekkende bekentenis

Na zijn arrestatie op 4 augustus ontkent Ounzi aanvankelijk in alle toonaarden. Geconfronteerd met het bewijsmateriaal, slaat hij uiteindelijk deels door. Zijn verklaring onthult het meest schokkende detail van de hele kofferzaak: het lichaam van het 13-jarige kind heeft maar liefst vijf maanden lang verborgen gelegen in de afgesloten kelder van zijn woning aan de Boschstraat.

Volgens Ounzi's relaas had hij het weggelopen meisje ontmoet in een café, waarna zij bij hem in de woning verbleef. Over haar doodsoorzaak legt hij wisselende en tegenstrijdige verklaringen af. Hij beweert dat er een onbekende 'tweede man' in het spel was, en dat de dood van Khadja het gevolg was van een ongeluk of worsteling. Uit paniek, zo stelt hij, zou hij haar overlijden hebben verzwegen en het lijk naar de kelder hebben gebracht. Pas toen de stank tijdens de zomermaanden werkelijk onhoudbaar werd in het pand, kocht hij de bewuste koffer om het inmiddels hevig ontbindende lichaam midden in de nacht op het braakliggende terrein te dumpen.

Het juridische obstakel voor justitie:

  • Het sectierapport: Vanwege de verregaande, maandenlange staat van ontbinding in de kelder, kon de patholoog de precieze doodsoorzaak niet meer medisch vaststellen.
  • Bewijsvoering: Er was onomstotelijk bewijs (de koffer, de vingerkootjes, zijn bekentenis) dat Ounzi het lichaam weghield en dumpte.
  • De kloof: Er ontbrak echter sluitend, onafhankelijk forensisch bewijs dat hij het meisje bewust van het leven had beroofd, en of hij daarin alleen had gehandeld.

De uitspraak: Wel straf, geen veroordeling voor moord

Het proces rondom de Bredase koffermoord trekt in de loop van 1976 gigantisch veel media-aandacht, deels gevoed door de lugubere details en de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Toch mondt de rechtszaak in november van dat jaar uit in een anticlimax voor justitie en het brede publiek.

De rechtbank hanteert een uiterst strikte lijn. Hoewel het Openbaar Ministerie Ounzi als de dader van het misdrijf ziet, volgt de rechtbank de bewijslast. Omdat de exacte toedracht in de Boschstraat en de doodsoorzaak niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, wordt El Miloudi Ounzi vrijgesproken van moord, doodslag en zware mishandeling met dodelijke afloop. Hij krijgt 'slechts' een gevangenisstraf van acht maanden opgelegd wegens het onttrekken van een lijk aan justitie (het maandenlang verbergen en dumpen).

Een macaber einde zonder antwoorden

Nadat Khadja Elbaz door haar familieleden via foto's en kleding definitief werd geïdentificeerd, is zij begraven. De 'moordzaak' was de boeken ingegaan als opgelost wat betreft het dumpen, maar bleef een cold case als het ging om wie het meisje daadwerkelijk het leven ontnam en wat zich in die fatale uren in het voorjaar van 1976 in de Boschstraat afspeelde.

Iedere hoop op eventuele latere bekentenissen, verhoren of nieuwe inzichten werd niet veel later bruut de kop in gedrukt. In januari 1977, zeer kort na zijn vrijlating uit de gevangenis, komt hoofdverdachte El Miloudi Ounzi om het leven bij een verkeersongeval. Hiermee verdwenen de ware antwoorden achter de Bredase koffermoord hoogstwaarschijnlijk voorgoed in het graf. Vijftig jaar later, in 2026, wordt dit lugubere mysterie dankzij onderzoek van auteur Gert-Jan van den Bemd opnieuw opgerakeld en bestudeerd, maar de stilte rond de daadwerkelijke dood van de 13-jarige Khadja is blijvend.

*De historische foto's gebruikt bij dit dossier behoren tot de collectie van het Stadsarchief Breda.*

Theorieën & Reacties (0)

Er zijn nog geen theorieën gedeeld over dit dossier. Wees de eerste.

Blijf op de hoogte van nieuwe moordzaken: