Dossier Den Haag: Abbas J. wurgt echtgenote Sofia (38) met badjaskoord, Hoge Raad verlaagt straf
Wat begon met een kille en gedetailleerde bekentenis van een lugubere moord in Den Haag, eindigde jaren later in een bizar juridisch steekspel bij de Hoge Raad. In de vroege ochtend van 18 oktober 2020 wurgde de 50-jarige Abbas J. zijn 38-jarige vrouw Sofia in hun woning met het blauwe ceintuur van haar badjas. Terwijl hij claimde zijn dochtertje te beschermen tegen kindermishandeling, zagen psychiaters een man die volledig was vastgelopen in schizofrenie en achterdochtswanen. Uiteindelijk leidt een pijnlijke procedurefout van justitie tot strafkorting voor de dader. Dit is de complete reconstructie.
Steun ons vrijwilligerswerk ☕
Wij geloven dat onafhankelijke misdaadverslaggeving voor iedereen vrij toegankelijk moet zijn. Daarom vind je op Moordplekken.nl géén betaalmuren of gesloten premium-artikelen. Ons platform wordt met passie gedraaid door een klein team van vrijwilligers. Waardeer je ons speurwerk en de uitgebreide dossiers? Met een kleine, eenmalige donatie via Buy Me a Coffee help je ons de maandelijkse serverkosten te dekken. Elke bijdrage, hoe klein ook, is enorm welkom en houdt de site in de lucht!
De fatale ochtend en een ijzingwekkende bekentenis
Het is zondagochtend 18 oktober 2020, rond 06:00 uur. Bij de meldkamer van de politie in Den Haag komt een verontrustend telefoontje binnen. De beller, Abbas J., meldt volkomen kalm dat hij zojuist zijn vrouw van het leven heeft beroofd. Als de agenten ter plaatse komen, treffen ze Sofia (38) op de vloer van de woonkamer aan. Om haar nek zit een blauw badjaskoord stevig vastgeknoopt en aangetrokken. Agenten starten direct een reanimatie en weten haar hartslag terug te krijgen, maar de opgelopen hersenschade is te groot. Twee dagen later, op 20 oktober, overlijdt Sofia alsnog in het ziekenhuis.
Tijdens de eerste verhoren en zittingen in de rechtbank is Abbas J. opvallend openhartig over zijn motief. Hij beweert dat Sofia hun jonge dochtertje mishandelde. Hij toont zelfs foto's en filmpjes van blauwe plekken bij het meisje als 'bewijs'. Volgens Abbas was er in de nacht rond 23:00 uur wéér een incident geweest. Pas uren later, in wat hij omschrijft als een vlaag van verstandsverbijstering, zou hij hebben ingegrepen. "Ik moest haar gewoon doden, ik kon niet anders," vertelt hij de rechters.
Moord, geen opwelling: het oordeel van het OM en deskundigen
Het Openbaar Ministerie (OM) veegt het verhaal van de verdachte in de rechtbank keihard van tafel. Voor de vermeende kindermishandeling is geen greintje bewijs gevonden. Sterker nog: verklaringen van neutrale partijen, zoals de huisarts en een leraar, spreken dit resoluut tegen. "Sofia was een liefdevolle moeder en dochter," benadrukt de officier van justitie. "Kleine kinderen stoten zich en vallen. Ze droomde van een eigen winkel en meer kinderen."
Bovendien gelooft justitie niet in een 'opwelling'. Abbas was volkomen kalm toen hij 112 belde. En de wurgmoord zelf getuigt van berekenend en koelbloedig handelen. Nadat Abbas urenlang in de woonkamer had gezeten, liep hij naar de slaapkamer, trok het ceintuur van de badjas, liep terug en benaderde Sofia van achteren. Hij moet het koord zeker vijf minuten strak hebben aangetrokken. Ruim de tijd om bij zinnen te komen en zijn handelen te staken. Het is dan ook geen doodslag, maar moord met voorbedachte raad.
De plotwending: een bizar complot in hoger beroep
In hoger beroep neemt de zaak plots een absurde wending. Abbas J. stapt af van zijn bekentenis. Hij claimt dat hij in 'shock' was en zich nu pas herinnert wat er écht is gebeurd. Zijn nieuwe verhaal leest als een waanidee: hij zou in de woonkamer vreemde mannen- en vrouwenstemmen hebben gehoord die Sofia had binnengelaten. Nadat zij hem een glas melk gaf (waar volgens hem iets in zat), viel hij in slaap. Toen hij wakker werd, trof hij Sofia dood aan en nam hij de schuld op zich uit pure shock.
Het gerechtshof maakte korte metten met dit vergezochte excuus. Het nieuwe scenario had totaal geen "handen en voeten". Het hof geloofde uitsluitend de initiële, gedetailleerde bekentenissen en handhaafde de 10 jaar cel en TBS.
De Hoge Raad grijpt in: een pijnlijke rekenfout
De advocaat van Abbas ging in cassatie bij de Hoge Raad. De hoogste rechters veegden alle argumenten over het zogenaamde complot resoluut van tafel. De veroordeling voor moord bleef staan.
Toch boekte de dader in mei 2026 een onverwacht succes door een pijnlijke juridische rekenfout van het gerechtshof. Het hof had de trage afhandeling van de rechtszaak goedgekeurd, uitgaande van een termijn van 2 jaar. Dat klopt echter niet: omdat de verdachte al die tijd in voorlopige hechtenis (cel) zat, was de maximaal toegestane termijn slechts 16 maanden. Omdat justitie de 'redelijke termijn' ruimschoots had overschreden, was de Hoge Raad wettelijk verplicht om de dader compensatie te bieden. Hierdoor werd de gevangenisstraf van Abbas J. definitief verlaagd van 10 jaar naar 9 jaar en 6 maanden, met behoud van de verplichte TBS-behandeling.