16 jaar cel voor doodrijden gezin A59 blijft definitief: Hoge Raad verwerpt cassatie Thomas de G.
De straf van zestien jaar cel voor Thomas de G., de automobilist die in maart 2023 op de A59 bij Sprang-Capelle een compleet gezin doodreed, is definitief. De Hoge Raad heeft vandaag (29 september 2026) het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee blijft de zware veroordeling wegens meervoudige doodslag en rijden onder invloed onherroepelijk in stand.
📁 Juridische tijdlijn van de zaak:
- 10 maart 2023: Fatale crash op de A59 waarbij vier gezinsleden om het leven komen.
- December 2023: Rechtbank veroordeelt De G. tot 10 jaar cel én tbs met dwangverpleging.
- Mei 2025: Gerechtshof 's-Hertogenbosch verhoogt de straf naar 16 jaar cel, maar schrapt de tbs-maatregel.
- 29 september 2026: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk; de uitspraak is definitief.
Fatale rit met 225+ km/u en een smartphone
Het ongeval voltrok zich op vrijdagavond 10 maart 2023 rond 21:15 uur. Een gezin uit Raamsdonksveer (een vader en moeder van 46 jaar, hun 13-jarige zoon en 10-jarige dochter) was onderweg naar huis na een verjaardagsdiner met de grootouders. Op de A59 sloeg het lot toe toen Thomas de G. met enorm hoge snelheid over de linker rijstrook kwam aanrazen.
Uit forensisch onderzoek en een schokkende video op de telefoon van de bestuurder bleek dat hij onder invloed van een forse hoeveelheid alcohol (1,77 mg/ml in zijn bloed) reed, terwijl hij met zijn telefoon de weg en zijn snelheidsmeter filmde. Kort voor de klap gaf de auto snelheden tot wel 254 km/u aan; het hof hield een voorzichtige ondergrens aan van minstens 225 kilometer per uur (waar 130 km/u was toegestaan). Toen de auto van het gezin naar links bewoog om een vrachtwagen in te halen, klapte De G. er met een enorm snelheidsverschil achterop. De auto van het gezin sloeg over de kop en vloog in brand; alle vier de inzittenden kwamen om het leven.
⚖️ Cassatieberoep direct van tafel
De verdediging van De G. probeerde in hoger beroep en cassatie onder meer te twijfelen aan het exacte causale verband tussen de eerste klap en de latere brand, en betoogde dat er geen sprake was van voorwaardelijk opzet (doodslag). Zowel het gerechtshof als de Hoge Raad legden deze weren terzijde.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten van de advocaat duidelijk niet kunnen slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie is het beroep daarom zonder inhoudelijke behandeling ter zitting (en zonder advies van de procureur-generaal) niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee komt er definitief een einde aan de juridische procedure en blijft de gevangenisstraf van zestien jaar, een rijontzegging van tien jaar en de verbeurdverklaring van zijn auto onherroepelijk overeind.