Vrijspraak voor Walco B. en Wouter van A. in zedenzaak met 17-jarige: wettelijk geen sprake van 'bijzonder kwetsbare positie'
De rechtbank Midden-Nederland heeft Walco B. (44) en Wouter van A. (47) vrijgesproken van de verkrachting van een 17-jarig meisje. Het incident vond in oktober 2025 plaats in een auto op een parkeerplaats, na een avond stappen in IJsselstein. Hoewel de rechtbank de verklaringen van het meisje betrouwbaar acht en forensisch bewijs de seksuele handelingen ondersteunt, voldoet de situatie wettelijk gezien niet aan de strenge eisen voor een 'bijzonder kwetsbare positie'.
Steun ons vrijwilligerswerk ☕
Wij geloven dat onafhankelijke misdaadverslaggeving voor iedereen vrij toegankelijk moet zijn. Daarom vind je op Moordplekken.nl géén betaalmuren of gesloten premium-artikelen. Ons platform wordt met passie gedraaid door een klein team van vrijwilligers. Waardeer je ons speurwerk and de uitgebreide dossiers? Met een kleine, eenmalige donatie via Buy Me a Coffee help je ons de maandelijkse serverkosten te dekken. Elke bijdrage, hoe klein ook, is enorm welkom en houdt de site in de lucht!
Het 17-jarige slachtoffer kreeg na een avond uit een lift naar huis van Walco B. en Wouter van A. Onderweg stopten zij op een verlaten parkeerplaats, waar het meisje werd aangerand en verkracht. Het Openbaar Ministerie eiste eerder vier jaar (48 maanden) cel, met het argument dat het tengere meisje midden in de nacht, onder invloed van alcohol en opgesloten in een auto met twee grote, oudere mannen, in een staat van afhankelijkheid en geestelijke onmacht verkeerde. Walco B. had haar naar verluidt bovendien direct verteld dat hij bij de politie werkte, wat de afhankelijkheid zou vergroten.
Rechtbank gelooft het slachtoffer wél
De rechters benadrukten in hun vonnis dat zij het meisje geloven in wat zij heeft verteld over de handelingen van Walco B. en Wouter van A. Ook werd het forensisch bewijs (waaronder DNA) als ondersteunend gezien. Echter, in het strafrecht geldt de grens voor 'seksuele meerderjarigheid' vanaf 16 jaar. Omdat de tenlastelegging van het OM specifiek was toegespitst op de wettelijke uitzonderingsregel van een 'bijzonder kwetsbare positie', en hier juridisch niet aan werd voldaan, restte de rechtbank niets anders dan vrijspraak.
De vordering tot schadevergoeding (ruim 28.000 euro) van het slachtoffer werd door de vrijspraak van de twee mannen niet-ontvankelijk verklaard.