Strafzaak rond Utrechtse bangalijst abrupt uitgesteld en verplaatst naar rechtbank Gelderland vanwege familierelatie
De langverwachte strafzaak tegen vier leden van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) die worden verdacht van het verspreiden van een omstreden bangalijst, is abrupt uitgesteld. De zaak die deze week zou dienen bij de rechtbank Utrecht wordt overgedragen aan de rechtbank Gelderland. Aanleiding is een medewerker van de rechtbank Utrecht die een naaste familierelatie blijkt te hebben met een van de aangeefsters.
Verhuizing om schijn van partijdigheid te voorkomen
De behandeling van de zaak stond gepland voor maandag, dinsdag en woensdag. Nog voordat de inhoudelijke behandeling echt op gang kon komen – waarbij de verdediging sowieso al bezwaar zou maken – bleek dat een medewerker van de rechtbank direct familie is van een van de vrouwelijke slachtoffers die aangifte heeft gedaan. De betreffende aangeefster meldde deze band zelf bij de rechtbank.
Hoewel de rechtbank nadrukkelijk aangeeft dat de medewerker niet direct betrokken is bij de strafzaak, is er direct ingegrepen. Om iedere mogelijke schijn van partijdigheid te voorkomen, is besloten de volledige zaak over te dragen aan de rechtbank Gelderland. Door deze logistieke ingreep loopt de strafzaak aanzienlijke vertraging op; de rechtbank in Gelderland moet het dossier nog ontvangen, nieuwe rechters aanstellen en op zoek gaan naar passende zittingsruimte.
Achtergrond van de strafzaak: Wat speelde er rond de bangalijsten?
De zaak vindt zijn oorsprong in maart 2024, toen een document circuleerde onder de naam 'Grietenpresentatie jaartje 23'. Op deze lijst stonden namen, foto's en in sommige gevallen ook persoonlijke gegevens van ongeveer 28 tot 30 vrouwelijke leden van de Utrechtse vrouwelijke studentenvereniging UVSV. Bij de gegevens stonden grove, seksueel getinte en beledigende opmerkingen. Het document ging als een lopend vuurtje rond binnen de Utrechtse studentenwereld, met als gevolg dat slachtoffers werden lastiggevallen met ongewenste berichten en telefoontjes.
Na ingrijpen van ouders en advocaat Ina Brouwer werden officiële aangiftes gedaan. Het Openbaar Ministerie (OM) stelde vast dat het maken van de lijst op zichzelf niet strafbaar bleek, maar het verspreiden van de beledigende inhoud wel. Van de zes in eerste instantie in beeld gebrachte verdachten – allen lid van het USC – werden twee zaken geseponeerd omdat zij de lijst niet bleken te hebben gedeeld. Tegen de resterende vier mannelijke leden is vervolgingsactie ingezet.
Twee verschillende lijsten
In de berichtgeving rondom de schandalen is het cruciaal om twee afzonderlijke zaken uit elkaar te houden:
- De eerste lijst (de huidige strafzaak): Dit betreft de lijst uit maart 2024 met UVSV-studentes die binnen de kring van het USC werd verspreid. Hierover worden de vier USC-leden momenteel vervolgd.
- De tweede lijst (losstaande zaak): Kort na het eerste incident verscheen een tweede lijst met persoonlijke gegevens en foto's van studentes, die werd gepresenteerd als 'tegenreactie'. Voor die specifieke lijst werd later een 26-jarige man uit Groningen aangehouden (verdacht van onder meer doxing en bedreiging). Die verdachte heeft geen enkele band met de Utrechtse studentenwereld en diens zaak staat volledig los van het huidige proces tegen de vier studenten.
Grote maatschappelijke impact en sancties
Het uitbreken van het schandaal in 2024 leidde tot enorme landelijke ophef en maatschappelijke verontwaardiging. Het Utrechtsch Studenten Corps kwam zwaar onder vuur te liggen en greep in door betrokken leden direct te schorsen en afstand te nemen van het gedrag. Ook de Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht namen harde maatregelen door de financiële ondersteuning en banden met de vereniging tijdelijk stop te zetten.
Wanneer de strafzaak tegen de vier verdachten in Gelderland van start kan gaan, is op dit moment nog volstrekt onduidelijk. De rechtbank aldaar moet de logistieke afhandeling eerst volledig optuigen.