Hoger beroep in gruwelijke 'abortusmoord' van start: de fatale nacht van hoogzwangere Patricia
Op 22, 24 en 28 september buigt het gerechtshof in Amsterdam zich opnieuw over een van de meest lugubere strafzaken van de afgelopen jaren: de 'abortusmoord' in Diemen. Dennis van E. werd in 2024 veroordeeld tot 16 jaar cel en tbs met dwangverpleging voor de moord op zijn ongeboren kind en de dodelijke mishandeling van zijn hoogzwangere vriendin Patricia (34 weken). In dit hoger beroep staat veel op het spel, temeer omdat cruciaal forensisch materiaal per abuis is vernietigd.
De ontsnappingspoging in de nacht
Het verhaal van de Braziliaanse Patricia leest als een regelrechte tragedie. Ze leerde Van E. drie jaar voor haar dood kennen in Fortaleza, waar ze al kinderen had uit een eerdere relatie. Eind september 2019 kwam ze, inmiddels vergevorderd zwanger, naar Nederland. Er was volgens de rechtbank sprake van een zwaar ongelijkwaardige en afhankelijke machtsrelatie.
De reconstructie van de nacht van 16 op 17 oktober 2019 toont een wanhopig beeld. Het stel was die avond naar de cafés Cheers en 't Pandje in Diemen geweest en keerde rond 01.50 uur terug in hun appartement aan de Martin Luther Kinglaan. Wat er daarna gebeurde, is vastgelegd door bewakingscamera's. Rond 04.00 uur verliet een onvast ter been zijnde, hoogzwangere Patricia in de holst van de nacht het pand. Ze had een koffer en twee grote tassen bij zich: alles wees op een vluchtpoging. Anderhalf uur later, rond 05.30 uur, werd ze echter samen met Van E. weer gezien toen ze terugkeerden naar het appartement. Ze zou het pand nooit meer levend verlaten.
Een dodelijke cocktail en huiveringwekkende chats
Uit het strafdossier blijkt dat Van E. geen zoon wilde. Via de app stuurde hij Patricia huiveringwekkende berichten: "We moeten een meisje of abortus" en "We kunnen alleen gelukkig zijn als je doet wat ik je vraag." Hij beschreef zelfs in detail hoe hij het ongeboren kind zou kunnen doden.
Omdat eerdere abortuspogingen in Brazilië waren mislukt, bestelde Van E. via internet abortusmedicatie. Het slachtoffer kreeg een fatale mix toegediend van deze medicatie gecombineerd met MDMA, cocaïne, ketamine en alcohol. Deze extreme combinatie wekte een voortijdige bevalling op, waarbij de baarmoeder van Patricia inscheurde. Ze verloor bizar veel bloed. Van E. schakelde geen enkele medische hulp in, terwijl experts stellen dat moeder en kind waarschijnlijk gered hadden kunnen worden als er wel 112 was gebeld.
Een macaber detail uit de onderzoeksbevindingen van de recherche (zoals besproken tijdens de rechtszaak in 2024): niet alleen de moeder liep dodelijk letsel op. Ook de foetus vertoonde zware verwondingen, waaronder gebroken ribben en een gescheurde lever.
Hoger beroep: Vernietigd bewijs en weigering contra-expertise
In juni 2024 veroordeelde de rechtbank Van E. conform de eis tot 16 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Gedragsdeskundigen stelden een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en een gebrek aan probleembesef vast. Van E. heeft de beschuldigingen echter altijd stellig ontkend. In een schriftelijke verklaring van ruim vier uur stelde hij dat Patricia zélf de abortus en de pillen wilde omdat zíj geen zoon wilde. Hij beweerde bovendien de ernst van haar bloedverlies en de bevalling simpelweg niet te hebben opgemerkt.
Het hoger beroep, dat komende week inhoudelijk wordt behandeld, kent echter een enorme juridische complicatie. Tijdens een eerdere regiezitting in november 2025 bleek tot grote frustratie van de verdediging dat al het forensisch lichaamsmateriaal van Patricia en de baby is vernietigd. Ook zijn de lichamen inmiddels gerepatrieerd naar Brazilië.
Dit materiaal was volgens de advocaten van Van E. cruciaal om aanvullend onderzoek te doen naar de exacte doodsoorzaak, de ingenomen middelen en eventuele onderliggende aandoeningen zoals syfilis of bloedarmoede. Het gerechtshof wees in januari 2026 echter het verzoek af om een onafhankelijke gynaecoloog en patholoog opnieuw naar de zaak te laten kijken; het hof achtte zich voldoende voorgelicht door de bestaande rapporten. De vraag is nu hoe deze beslissing, en het ontbreken van het fysieke bewijs, zal doorwegen in het definitieve arrest.