Stiefvader krijgt 24 maanden cel voor maandenlang misbruik van 17-jarige stiefdochter
De rechtbank Oost-Brabant heeft vrijdag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontucht met zijn destijds 17-jarige stiefdochter. Het misbruik vond in de zomer van 2021 plaats in Helmond en Maastricht. De rechtbank rekent het de man zwaar aan dat hij het vertrouwen van het kwetsbare meisje en zijn rol als stiefvader op gruwelijke wijze heeft geschonden.
Ernstig misbruik van macht en vertrouwen
De feiten speelden zich af in een periode van zes weken, tussen 4 juni en 12 juli 2021, zowel thuis in Helmond als tijdens een weekendje weg in Maastricht. Uit het vonnis, en de deels bekennende verklaring van de verdachte, blijkt dat hij het jonge slachtoffer structureel heeft betast, bevredigd en zich door haar liet aftrekken. Ook is vastgesteld dat de stiefvader het meisje meermalen vaginaal heeft gepenetreerd.
De impact van het misbruik was groot. Tijdens de rechtszitting maakte het inmiddels volwassen slachtoffer gebruik van haar spreekrecht. Op indrukwekkende wijze vertelde zij hoe ze nog dagelijks last heeft van het misbruik en van de harde consequenties na het onthullen van dit grote familiegeheim. De rechtbank benadrukte: "Zij had zich juist thuis bij haar stiefvader veilig en vertrouwd moeten voelen. De verdachte heeft zijn eigen seksuele behoefte volledig boven het welzijn van zijn stiefdochter gesteld."
Straf, voorwaarden en schadevergoeding
Opvallend was het psychologisch beeld dat de reclassering schetste. De stiefvader gaf zelf aan dat hij de relatie met zijn 17-jarige stiefdochter gedurende die zes weken had ervaren "als een partnerrelatie". Volgens deskundigen heeft hij de machtsongelijkheid en de ouderrol volledig uit het oog verloren. De verdachte stelde zich wel open op voor hulp en toonde berouw, waardoor het recidiverisico als 'laag-gemiddeld' is ingeschat. Hij is niet eerder in aanraking gekomen met justitie.
Naast het onvoorwaardelijke celdeel van 12 maanden, krijgt de man een proeftijd van twee jaar opgelegd. Daarbij moet hij zich verplicht medisch en psychologisch laten behandelen bij de forensische polikliniek, onder andere voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Tevens moet de veroordeelde het slachtoffer ruim € 13.000,- betalen, hoofdzakelijk als vergoeding voor opgelopen immateriële (geestelijke) schade. De vrouw eiste aanvankelijk nog eens € 28.000,- voor de studievertraging die ze door het trauma opliep, maar de rechter verwees die specifieke claim door naar de civiele rechter omdat de berekening ervan te veel vertraging in het strafproces zou opleveren.