Omar L. blijft na ongegrond bezwaar in AIT Leeuwarden vanwege aanhoudend vluchtgevaar
Omar L. moet zijn straf voorlopig blijven uitzitten op de afdeling intensief toezicht (AIT) van de Penitentiaire Inrichting in Leeuwarden. Hij had bezwaar gemaakt tegen deze zware detentiemaatregel, maar de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. Het vluchtgevaar wordt nog altijd te groot geacht.
Steun ons onafhankelijke speurwerk ☕ Wij geloven dat misdaadverslaggeving voor iedereen vrij toegankelijk moet zijn. Daarom vind je op Moordplekken.nl géén betaalmuren. Ons platform wordt gedraaid door een klein team vrijwilligers. Waardeer je dit uitgebreide dossier? Met een eenmalige donatie via Buy Me a Coffee help je ons de servers in de lucht te houden!
Doneer via Buy Me a CoffeeLevenslang en een eerdere ontsnappingspoging
L. zit al sinds juli 2017 gedetineerd en kreeg in 2023 onherroepelijk een levenslange gevangenisstraf opgelegd voor zijn rol in onder meer de liquidaties van Eaneas Lomp (Krommenie) en Chahid Yakhlaf (Kerkdriel). Dat zijn toezichtniveau extreem hoog is, is niet zonder reden. In januari 2020 werd een spectaculaire ontsnappingspoging beraamd toen hij nog in de inrichting in Zutphen verbleef.
Tijdens die poging probeerden handlangers met rookbommen de meldkamer te verblinden, terwijl anderen met een slijptol de tussenpoort trachtten te forceren. Toen dat mislukte, werd het hekwerk vernield. L. bevond zich destijds tussen het hek van de luchtplaats en het volgende hekwerk, maar kwam niet verder. Na dit incident werd hij opgesloten in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught en later in de AIT. Hetzelfde criminele netwerk wist in 2017 voor Benaouf A. al eens een bijna geslaagde ontsnapping met een gekaapte helikopter en zware automatische vuurwapens op te zetten.
Risico op voortgezet crimineel handelen
Volgens de beroepscommissie bestaan er nog steeds zwaarwegende gronden voor de opsluiting in de AIT. Uit een recent bericht van het Landelijk Bureau Inlichtingen en Veiligheid (7 mei 2026) blijkt dat het criminele verband waartoe L. behoort waarschijnlijk nog altijd actief is. Er loopt ook nog of opnieuw onderzoek naar dit netwerk.
De commissie benadrukt dat enkel zijn eerdere verblijf in de EBI en zijn huidige plaatsing in de AIT hebben voorkomen dat hij actief contacten in het milieu kon onderhouden. De gevangenisdirecteur deelt deze mening en acht een "ernstig risico op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie inherent aan klagers participatie aan diverse criminele organisaties," ook al is dat direct vanuit de inrichting recent niet waargenomen.