OM EIST 34 MAANDEN CEL EN WIL PIJNLIJKE BLUNDER ROND DIRECT LESVERBOD HOORNSE DANSLERAAR HERSTELLEN
Tegen de 42-jarige dansleraar Kurt F. uit Hoorn is in hoger beroep een gevangenisstraf van 34 maanden geëist, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De man wordt verdacht van ontucht met twee van zijn minderjarige leerlingen. Het Openbaar Ministerie (OM) hoopt tijdens dit hoger beroep bovendien een pijnlijke juridische blunder uit 2023 recht te zetten, door een beroepsverbod te eisen dat dít keer wél direct na de uitspraak kan ingaan.
Misbruik binnen de formatiegroep
Kurt F. is de eigenaar van een bekende dansschool in Hoorn (Zwaag) en geeft daar onder meer les aan dansparen. De twee slachtoffers maakten deel uit van zijn formatiegroep, die bestond uit minderjarigen en volwassenen. Met deze groep werd getraind voor wedstrijden door het hele land.
Volgens justitie vond het ernstige misbruik van de twee (toen nog) minderjarige slachtoffers plaats tussen juli 2012 en september 2013. De ontucht zou zich op verschillende momenten en uiteenlopende locaties hebben afgespeeld.
⚠️ Poging om blunder recht te zetten
In 2023 werd de dansleraar door de rechtbank al veroordeeld tot 36 maanden cel en een beroepsverbod van vijf jaar. Doordat F. in hoger beroep ging, werd deze straf echter opgeschort. Omdat de officier van justitie toentertijd verzuimde om het verbod als een 'bijzondere voorwaarde' te eisen, kon F. ondanks zijn veroordeling tot op de dag van vandaag gewoon doorwerken met jonge meiden. Een kapitale misser, die leidde tot grote ophef in Hoorn.
Het OM erkent inmiddels ruiterlijk dat de eis bij de rechtbank in 2023 verkeerd is geformuleerd en betreurt de gang van zaken. In het huidige hoger beroep probeert justitie de fout te herstellen door het anders aan te pakken.
De eis van het OM is nu dat het beroepsverbod als bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Het is nu aan het gerechtshof om te bepalen of zij hierin meegaan. Mocht het hof dit vonnissen, dan mag Kurt F. per direct (vanaf de dag van het arrest) geen dansles meer geven aan minderjarigen, zélfs als hij besluit nog verder door te procederen tot aan de Hoge Raad.