Man krijgt deels voorwaardelijke celstraf en taakstraf voor bezit en verspreiden kinderporno
Een man (geboren in 1965) die gedurende meerdere jaren kinderporno in bezit had en verspreidde, is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Daarnaast kreeg hij de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd. De rechtbank week hiermee fors af van de eis van het Openbaar Ministerie, dat twintig maanden onvoorwaardelijke cel had geëist.
263 bestanden, voornamelijk thumbnails
De rechtbank deed op 22 september 2026 uitspraak in de zaak rondom strafbare feiten die gepleegd zijn tussen april 2023 en september 2025. Op de iPhone 12 van de verdachte werden in totaal 263 kinderpornografische bestanden aangetroffen. De rechtbank stelde echter vast dat 95 procent hiervan bestond uit zogenoemde thumbnails: verkleinde versies van afbeeldingen of video's die door een telefoon automatisch op de achtergrond worden aangemaakt.
Omdat een telefoon vaak meerdere thumbnails van één en dezelfde originele foto genereert, kon de rechtbank niet onomstotelijk vaststellen hoeveel unieke afbeeldingen de man daadwerkelijk in bezit heeft gehad. Vanwege die onduidelijkheid werd hij vrijgesproken van het verwijt dat hij van het bezit en verspreiden van kinderporno 'een gewoonte' zou hebben gemaakt. Wel werd bewezen dat hij meermaals strafbaar materiaal bezat en deelde.
Doorgestuurd voor online contact
De verdachte bekende schuld, maar verklaarde dat hij zelf geen seksuele interesse had in het materiaal. Volgens zijn verklaring sloeg hij de beelden op en stuurde hij deze door naar slechts één specifiek persoon, puur om een online gesprek met diegene gaande te houden. De rechtbank rekende hem dit zwaar aan: door het materiaal te delen om in zijn eigen contactbehoefte te voorzien, heeft hij grensoverschrijdend en strafbaar gehandeld en bijgedragen aan de schadelijke vraag naar kinderporno.
Aanzienlijk lagere straf dan geëist
Hoewel de officier van justitie een celstraf van 20 maanden had geëist, kwam de rechtbank tot een beduidend lagere straf: zes maanden cel, waarvan vijf maanden voorwaardelijk (met een proeftijd van 3 jaar) en 240 uur taakstraf.
De rechter hield in strafmatigende zin rekening met de relatief beperkte hoeveelheid beelden en de zeer beperkte verspreiding (naar slechts één persoon). Ook woog zwaar mee dat de man openheid van zaken gaf, geen strafblad had, zelf direct vrijwillige psychologische hulp had gezocht en beschikt over een vaste baan en een stabiel gezin. Volgens de reclassering is er geen sprake van een psychiatrische stoornis en is de kans op herhaling laag.