Hof veroordeelt oud-USC'er Sam van Z. voor twee verkrachtingen en bezit kinderporno: geen nieuwe celstraf
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de 25-jarige Sam van Z., voormalig lid van het Utrechtsch Studenten Corps (USC), op 1 oktober 2026 in hoger beroep veroordeeld voor de verkrachting van twee Utrechtse studentes en het bezit en verspreiden van een kinderpornografische afbeelding. Hij krijgt een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 23 maanden voorwaardelijk. Omdat Van Z. in 2023 al ruim zeven maanden in voorarrest zat, hoeft hij niet terug naar de gevangenis.
Lees ook ons eerdere artikel over de strafeis in deze zaak:
🔗 Ruim 4 jaar geëist in hoger beroep tegen oud-student Sam van Z. om verkrachtingenVan instemming naar hardhandige dwang
De verkrachtingen vonden plaats in januari en september 2022. Het hof motiveerde de afwijking van de bestaande oriëntatiepunten (het OM eiste ruim vier jaar cel) doordat in beide gevallen sprake was van een situatie die in eerste instantie begon met wederzijdse instemming of toenadering. Pas toen de slachtoffers aangaven dat ze wilden stoppen, negeerde Van Z. hun grenzen en ging hij hardhandig door.
Bij het incident in september 2022 was het slachtoffer met Van Z. mee naar huis gegaan. Toen zij tijdens de seks pijn had, huilde en hem vroeg te stoppen, werd Van Z. hardhandig. Hij snoerde haar de mond met de woorden "stil zijn", drukte haar op bed en duwde later zijn penis in haar mond met de woorden "hup in je mond". Forensisch onderzoek bevestigde haar verhaal: er werd DNA van de verdachte aangetroffen op haar kleding en het slachtoffer had over haar hele lichaam blauwe plekken en een scheurtje bij haar vagina opgelopen.
"You owe me, I still need to come"
De tweede verkrachting, in januari 2022, betrof een slachtoffer waarmee Van Z. al langer bevriend was en eerder seksueel contact had. Toen hij toenadering zocht, gaf zij meerdere keren aan dat ze geen seks wilde ("Nee, stop, ik moet naar de bibliotheek"). Van Z. negeerde dit en ging bovenop haar liggen, waarbij hij zei: "You owe me, I still need to come." Uiteindelijk schoof hij haar onderbroek opzij en drong hij bij haar binnen.
Een cruciaal juridisch punt in deze zaak was het gedrag van het slachtoffer tijdens de verkrachting. Om de situatie zo snel mogelijk te laten eindigen, begon zij Van Z. aan te moedigen. De verdediging probeerde dit aan te dragen als 'instemming achteraf', maar het hof maakte daar korte metten mee: op het moment dat zij hem aanmoedigde, was de verkrachting juridisch gezien al een voldongen feit. Van toestemming was geen sprake; het was een overlevingsmechanisme.
Kinderpornosticker
Naast de zedendelicten stond Van Z. ook terecht voor het in bezit hebben en verspreiden van een kinderpornografische afbeelding. Het hof achtte ook dit feit wettig en overtuigend bewezen. Tijdens het onderzoek werd op zijn telefoon een digitaal stickertje (voor WhatsApp) aangetroffen waarop te zien is hoe een jong meisje van naar schatting 4 tot 8 jaar oud wordt verkracht. Van Z. verstuurde deze sticker in een WhatsApp-groep met 19 deelnemers. Zijn verweer dat hij de sticker per ongeluk, onbewust of via een ander had verstuurd, werd als ongeloofwaardig terzijde geschoven.
Persoonlijke omstandigheden en reclassering
De rechtbank legde Van Z. in 2024 nog drie jaar cel op (waarvan één jaar voorwaardelijk). Zowel het OM als de verdachte ging daartegen in hoger beroep (de eerdere vrijspraak van een derde, mogelijke verkrachting wegens gebrek aan bewijs bleef in hoger beroep buiten beschouwing). Het hof benadrukte tijdens de uitspraak dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte "op geen enkele manier afdoen aan de ernst van de feiten" en dat de gevolgen voor de slachtoffers uitvoerig zijn meegewogen.
Toch koos het hof voor een grotendeels voorwaardelijke straf (30 maanden, waarvan 23 voorwaardelijk). Hierbij woog zwaar mee dat Van Z. in februari 2023 werd opgepakt, 7 maanden vastzat, zijn studie aan het USC in Utrecht moest staken en zijn complete sociale omgeving daar achterliet. De reclassering adviseerde om hem niet terug te laten keren naar de cel. Als stok achter de deur legde het hof strenge bijzondere voorwaarden op: een meldplicht, een verplichte ambulante behandeling en intensieve controle op zijn middelengebruik.
Grote impact op de slachtoffers
Dat de straf lager uitvalt, doet volgens het hof geen afbreuk aan het zware leed dat de slachtoffers is aangedaan. Beide vrouwen kampen met ingrijpende trauma's. Het eerste slachtoffer ondergaat intensieve traumatherapie voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) met paniekaanvallen en nachtmerries; aan haar moet Van Z. ruim €8.400,- schadevergoeding betalen. Het tweede slachtoffer ontvangt ruim €6.000,- schadevergoeding wegens aanhoudende psychische klachten en concentratieproblemen.