12 maanden cel voor man om zware mishandeling en poging tot doodslag op levensgezel in Breda
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft woensdag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, voor een reeks zware geweldsfeiten tegen zijn voormalige levensgezel. De verdachte maakte zich in 2024 schuldig aan onder meer poging tot zware mishandeling, zware mishandeling met een fles en het dichtknijpen van haar keel.
Twee geweldsincidenten binnen enkele maanden
De zaak draait om twee ernstige incidenten in de relationele sfeer. Het eerste incident vond plaats op 17 mei 2024, toen de verdachte de vrouw in zijn woning vastpakte, duwde en meermalen in haar gezicht schopte terwijl zij op de grond lag. Dit leverde haar letsel op en is door de rechtbank gekwalificeerd als een poging tot zware mishandeling gepleegd tegen zijn levensgezel.
Het geweld escaleerde nog heviger op 25 augustus 2024, toen het slachtoffer samen met anderen naar de woning ging om haar spullen op te halen na de beëindiging van de relatie. De verdachte sloeg haar daar meermalen met kracht met een glazen fles tegen het hoofd. Hierdoor liep de vrouw ernstig hersenletsel op, waaronder een subduraal hematoom, bloedingen en hersenkneuzingen, waarvan zij tot op de dag van vandaag de fysieke en mentale gevolgen ondervindt. Daarnaast kneep hij haar keel dicht tot bijna-bewusteloosheid en sneed hij haar met een scherp voorwerp in haar armen.
Strafoplegging, contactverbod en schadevergoeding
De officier van justitie eiste eerder zestien maanden cel, maar de rechtbank komt na afweging van alle feiten uit op een celstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hieraan zijn strenge bijzondere voorwaarden gekoppeld, waaronder verplichte reclasseringsbegeleiding en een forensische behandeling voor zijn psychosociale problematiek.
Daarnaast legt de rechtbank een dadelijk uitvoerbaar contactverbod en locatieverbod (voor de straat waar het slachtoffer verblijft) op voor de duur van twee jaar. Ook moet de man een schadevergoeding van in totaal € 10.500 aan immateriële schade aan het slachtoffer betalen (€ 1.500 voor het eerste incident en € 9.000 voor het tweede incident), te vermeerderen met de wettelijke rente.