3 jaar cel voor Vlissinger (40) om verkrachting van kwetsbaar 15-jarig meisje en wapenbezit
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de 40-jarige Ostrick B. uit Vlissingen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden (drie jaar). De man werd vervolgd voor de verkrachting van een kwetsbaar, 15-jarig meisje in juni 2025. Hoewel de rechtbank hem vrijspreekt van de ten laste gelegde bedreiging met een vuurwapen en grof geweld, acht zij de ontucht en het bezit van 147 kogelpatronen wettig en overtuigend bewezen.
Kwetsbare situatie en gedeeltelijke bekentenis
Het slachtoffer was destijds van huis weggelopen en verkeerde samen met een vriend in een kwetsbare toestand onder invloed van alcohol en drugs. Via een omweg kwamen zij terecht in de woning van B. in Vlissingen. De verdachte zette de jongen op de bank en liep met het meisje naar de badkamer, waar de verkrachting plaatsvond.
Tijdens de zitting in Middelburg bekende B. dat hij de destijds 15-jarige onder de douche heeft gepenetreerd, maar ontkende hij dat er sprake was van dwang, geweld of de ten laste gelegde verkrachtingen op andere plekken in het huis. Omdat het dossier onvoldoende steunbewijs bevatte voor de overige seksuele handelingen en het gebruik van een vuurwapen, sprak de rechtbank hem van dat primaire deel vrij. Wel achtte de celstraf van drie jaar passend voor de bewezen verklaarde verkrachting van een minderjarige onder de zestien jaar en het ongecontroleerde bezit van een forse hoeveelheid munitie (147 kogelpatronen).
Schadevergoeding en ingrijpende gevolgen
Tijdens de eerdere behandeling maakte het slachtoffer (inmiddels 16 jaar) diepe indruk door gebruik te maken van hun spreekrecht. Zichtbaar aangeslagen vertelde zij over de heftige psychische gevolgen, waaronder zware PTSS, paniekaanvallen en dagelijkse flashbacks.
De rechtbank oordeelt dat het handelen van de verdachte een grove inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Naast de celstraf is B. veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 5.000 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en inclusief de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
📁 Eerdere berichtgeving in dit dossier
Lees hier ons eerdere verslag terug over de eis van het Openbaar Ministerie en de behandeling van de zaak op de zitting in Middelburg: