24 maanden cel voor verkrachting 14-jarig meisje in Oosterhout: bizarre vertraging bij justitie
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft vandaag een 45-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor de brute verkrachting van een veertienjarig meisje. Het vonnis legt tevens een beschamende en bizarre procedurele fout bloot: de verkrachting vond plaats in 2011, de DNA-match was er al in 2013, maar de verdachte werd pas twaalfeneenhalf jaar (!) later aangehouden en verhoord. De rechtbank spreekt van een zaak die door politie en het Openbaar Ministerie absoluut 'niet adequaat en voortvarend' is behandeld.
Misbruik gemaakt van kwetsbaarheid
De feiten spelen zich af in het weekend van 20 en 21 maart 2011. Het destijds veertienjarige slachtoffer liep met drie anderen weg uit haar instelling. In de bus richting Breda kwam het groepje in contact met de verdachte en een vriend van hem. Zij boden de weggelopen, kwetsbare tieners een slaapplek in Oosterhout aan.
Terwijl het uitgeputte meisje in slaap viel, sloeg de man toe. Ze werd wakker toen zij ontkleed bleek en ontdekte dat de man haar vaginaal aan het penetreren was. Ze verzette zich hevig, sloeg en trapte de man in zijn buik, vluchtte naar het toilet en rende vervolgens naar buiten, waar zij doodsbang haar moeder belde om haar op te halen.
De onverklaarbare justitiële blunder: DNA-match in 2013, aanhouding in 2025
Vlak na het incident is direct de politie ingeschakeld, waarbij een zedenkit werd afgenomen. Uit forensisch onderzoek door het NFI bleek in juni 2011 al dat het ondergoed van het slachtoffer sporen van sperma bevatte. In april 2013 leidde dit tot een glasharde DNA-match met de verdachte (een kans van één op een miljard op toeval).
Wat er toen echter gebeurde is onvoorstelbaar: ondanks het keiharde bewijs werd de verdachte pas in november 2025 gearresteerd. Uit het rechtbankverslag blijkt dat de man weliswaar enige tijd in het buitenland verbleef, maar dit verklaart geenszins de onacceptabele vertraging van twaalfeneenhalf jaar. Dit enorme tijdsverloop vernietigde direct belangrijke onderzoeksmogelijkheden, zoals huiszoekingen of het verhoren van inmiddels overleden getuigen.
De advocaat van de dader probeerde handig gebruik te maken van dit blunderscenario door te pleiten voor niet-ontvankelijkheid (vrijspraak wegens vormfouten), maar daar ging de rechtbank niet in mee; ondanks de vertraging was het resterende bewijs en de eerdere getuigenissen glashard.
Vonnis: Verkrachting met 'beperkte dwang'
De verdediging eiste vrijspraak, en de officier van justitie eiste 48 maanden cel. De rechtbank legde een lagere straf op, namelijk 24 maanden gevangenisstraf. Deze matiging kwam tot stand omdat er juridisch gezien sprake zou zijn geweest van verkrachting 'met een beperkte mate van dwang', waarbij werd gekeken naar de in 2011 geldende richtlijnen voor straftoemeting.
De rechtbank sprak de verdachte deels vrij van de eveneens tenlastegelegde anale verkrachting, simpelweg omdat hier destijds niet tijdig en consistent over was verklaard, noch enig ander bewijs voor bestond.
De verdachte, die nog steeds geen openheid van zaken wil geven, was vandaag tijdens de uitspraak zelf niet aanwezig in de rechtbank in Breda. Hij moet het slachtoffer daarnaast een immateriële schadevergoeding betalen van €7.500,-, vermeerderd met (een torenhoge) wettelijke rente berekend vanaf de datum van het misdrijf vijftien jaar geleden.