HOF VEROORDEELT 63-JARIGE RIJ-INSTRUCTEUR VOOR AANRANDING VAN TWEE LEERLINGEN
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 november 2026 een 63-jarige rij-instructeur veroordeeld voor de feitelijke aanranding van de eerbaarheid van twee vrouwelijke leerlingen van zijn rijschool. Het hof legde de man een gevangenisstraf op van 60 dagen (waarvan 59 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar) en een taakstraf van 120 uur.
Misbruik van afhankelijkheid en kwetsbaarheid
De strafbare feiten vonden plaats in het voorjaar van 2021 (april en mei). De verdachte richtte zich met zijn rijschool specifiek op leerlingen met rij- en faalangst en autisme. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de man misbruik maakte van de afhankelijkheidsrelatie en zijn overwicht als rij-instructeur ten opzichte van de jonge, psychisch kwetsbare vrouwelijke leerlingen.
Ongewenste aanrakingen, kussen en betastingen
De ontuchtige handelingen vonden grotendeels plaats in de lesauto terwijl de leerlingen aan het rijden waren, gedurende pauzes op industrieterreinen en parkeerplaatsen, en bij een van de slachtoffers thuis. Het ging om het tegen de wil in vasthouden en strelen van de handen, ongewenst omhelzen, het masseren van de nek/schouders, het kussen op de wang, mond en hand, en het betasten van de billen.
Beide slachtoffers verklaarden dat zij versteenden of door de rijdende auto niet weg konden. WhatsApp-berichten waarin de leerlingen de instructeur confronteerden met het overschrijden van hun grenzen — en waarin hij spijt betuigde en toegaf geen controle te hebben over zijn emoties — dienden voor het hof als belangrijk ondersteunend bewijs naast zijn eigen deels bekennende verklaringen.
Strafmaat en beslissingen over schadevergoeding
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen van de Rechtbank Gelderland om tot een gezamenlijke kwalificatie en strafoplegging te komen. Bij het bepalen van de straf hield het hof rekening met de grote impact op de slachtoffers, het feit dat de man geen verantwoordelijkheid nam voor zijn gedrag, maar ook met een overschrijding van de redelijke procestermijn in hoger beroep (art. 6 EVRM) en de verslechterde gezondheidssituatie van de verdachte.
Aan een van de slachtoffers wijst het hof een immateriële schadevergoeding toe van € 1.500,- (vermeerderd met wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel). De vordering van het andere slachtoffer werd in de strafprocedure niet-ontvankelijk verklaard omdat een formele psychologische diagnose in het dossier ontbrak; zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Kernfeiten Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Verdachte: 63-jarige man (rij-instructeur / rijschoolhouder)
- Slachtoffers: Twee vrouwelijke rijschoolleerlingen
- Periode delicten: April en mei 2021
- Kwalificatie: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd
- Strafmaat: 60 dagen gevangenisstraf (waarvan 59 dagen voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar) en 120 uur taakstraf
- Schadevergoeding: € 1.500,- toegewezen aan één benadeelde partij
- Instantie & Uitspraakdatum: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 november 2026
- ECLI-code: ECLI:NL:GHARL:2026:7113
Gerelateerde artikelen
- Gerechtshof veroordeelt 27-jarige man tot 36 maanden cel en klinische behandeling voor zedenfeiten met twee jonge meisjes in Oud-Beijerland
- Ontucht met 12-jarige jongen in asielzoekerscentrum: zedenzaak tegen 28-jarige verdachte moet opnieuw van Hoge Raad
- Gerechtshof legt 12 maanden cel en tbs met dwangverpleging op aan Leidse zedendelinquent voor misbruik minderjarigen
- Politie zoekt 70-plusser na seksueel grensoverschrijdend gedrag bij cafetaria in 's-Heerenberg