Dossier Cheryl Morriën (7): Het onopgeloste mysterie van het meisje dat in het niets verdween
IJmuiden, dinsdag 5 augustus 1986. De zevenjarige Cheryl Prisilla Morriën stapt rond half twaalf 's ochtends de deur uit van de ouderlijke flat aan de Schiplaan. Ze is op weg naar een vriendinnetje in de buurt. Vanaf dat moment ontbreekt ieder zeker spoor van Cheryl. Bijna veertig jaar later is Cheryl nog altijd spoorloos. Wat volgde is een van de bekendste en meest omstreden Nederlandse vermissingszaken, gekenmerkt door bizarre aanwijzingen, genegeerde getuigen, een discussie over de aanpak van politie en justitie en een familie die weigert op te geven.
Een meisje dat niet zomaar meeging
Het gezin Morriën (bestaande uit vader Hans, moeder Nellie, Cheryl en haar zus Rachel) was nog maar net terug van een vakantie in Italië. Volgens haar familie was Cheryl voorzichtig tegenover mensen die ze niet kende. Ze was voorzichtig, nam de tijd om mensen te observeren en schonk haar vertrouwen pas als ze zich veilig voelde. Dit karaktertrekje is voor de nabestaanden cruciaal. Dat zou kunnen passen bij het scenario dat zij met iemand is meegegaan. Toch is dat precies wat er gebeurd moet zijn.
Rond 18:00 uur die dinsdagavond sloeg de paniek toe bij haar ouders. Cheryl was niet thuisgekomen voor het avondeten. Bij navraag bleek ze die ochtend überhaupt nooit bij het vriendinnetje te zijn aangekomen; het gezin was niet thuis geweest. De politie werd ingeschakeld, en de zoektocht begon.


De groene Lada en bizarre voorvallen
Al snel na de verdwijning meldden zich getuigen met verontrustende observaties. Meerdere onafhankelijke personen maakten melding van een groene stationwagen, vermoedelijk een Lada, met een blauwe kentekenplaat. Een van de getuigen, een vrouw die Cheryl goed kende, verklaarde dat zij rond 15:30 uur met haar eigen auto zo'n twee minuten achter de groene Lada had gereden. Volgens haar verklaring herkende zij Cheryl op de achterbank. Voorin zaten volgens de getuige twee onbekende mannen. Zelfs een jogger in de duinen meldde later dat hij rond die tijd twee mannen in nette pakken uit de bosjes zag komen, in de omgeving van een groene stationwagen.
Naast de waarnemingen van de auto stapelden de vreemde incidenten zich op. Zo ontvingen de ouders kort na de verdwijning een telefoontje op hun geheime, onvermelde telefoonnummer — een nummer dat vrijwel niemand kende, behalve Cheryl zelf, die het uit haar hoofd had geleerd. Wat er precies in dat telefoongesprek is gezegd, blijft in nevelen gehuld. Daarnaast meldde een buurtbewoonster zich aan de deur met de ijzingwekkende mededeling. Al deze sporen leken in een bodemloze put te vallen.
Michel Stockx als verdachte
Ondanks intensieve zoekacties met helikopters, honden en massale inzet in de duinen rond IJmuiden, werd er geen spoor van de 7-jarige gevonden. Uiteindelijk richtte justitie haar pijlen op de Belgische vrachtwagenchauffeur Michel Stockx. Stockx was die dag tijdens een verlof uit een TBS-kliniek in Noord-Holland. Hij zou in de regio Amsterdam/Velsen zijn geweest. Volgens de politie was Stockx bovendien afgeluisterd en sprak hij tegen zijn toenmalige vrouw over "dat geintje in Velsen" dat hem dwarszat.

In 2002 sloot de politie het onderzoek. Zij concludeerde dat Stockx Cheryl om het leven had gebracht. Echter, tot groot verdriet en onvrede van de familie, ontbrak sluitend bewijs. Stockx was al vanaf 1986 in beeld; in 1991 kwam hij opnieuw als verdachte in beeld nadat hij de moorden op drie andere kinderen had bekend. In 2002 meldden zich bovendien twee tipgevers die onafhankelijk van elkaar verklaarden dat zij van Stockx hadden gehoord over zijn betrokkenheid bij de ontvoering, dood en achterlating van Cheryl. Ze noemden echter verschillende locaties en verschilden ook over de vraag of Cheryl seksueel was misbruikt. Volgens zijn voormalige advocaat Anthony Wijnberg vertelde hij dat hij haar in een moeras had gedumpt na misbruik. Volgens Buro Zoeklicht is daarnaast een derde locatie genoemd, zoals een graf bij een stroomhuisje langs de A6. Een lichaam of ander rechtstreeks forensisch bewijs werd nooit gevonden.
Het particuliere onderzoek stuitte bovendien op een opzienbarend spoor bij een villa aan de Hoge Duin en Daalseweg in Bloemendaal. Speurhonden van Stichting Signi sloegen in 2017 aan op een geur die volgens Signi op menselijke resten kon wijzen; het aanslaan van speurhonden vormt op zichzelf echter geen bewijs dat daar een lichaam heeft gelegen. Buro Zoeklicht stelt dat het onderzoek destijds mogelijk is gefrustreerd. Volgens Buro Zoeklicht bleek uit door hen in 2025 opgevraagde gegevens dat er nooit vergunningen of meldingen zijn geweest voor een dergelijke verplaatsing van de septic tank. Volgens Buro Zoeklicht is daarmee mogelijk een kans op nader onderzoek verloren gegaan.
De strijd gaat door
De familie van Cheryl en de partner van moeder Nellie, Frank Wilmering, hebben nooit geaccepteerd dat het dossier eenzijdig werd gesloten. Er is nog altijd geen graf om te bezoeken en geen helder, onderbouwd antwoord op de vraag wat er die zonnige augustusdag in 1986 is gebeurd. In de afgelopen jaren heeft ook de Peter R. de Vries Foundation de zaak nieuw leven ingeblazen door het uitloven van een beloning van 100.000 euro voor de gouden tip, gekoppeld aan het terugvinden van Cheryl (waarbij de beloningsperiode liep van 14 november 2024 tot 14 mei 2025).

De pijn van bijna veertig jaar onzekerheid is onmenselijk. Hoewel de politie de zaak als opgelost beschouwt, is Cheryl nooit gevonden. De getuigen van de groene Lada en de openstaande vragen blijven schrijven aan een verhaal waarvan het boek allerminst gesloten is.