Cold case dossier: De mysterieuze en onopgeloste moord op milieuambtenaar Chris van de Werken (1996)
Op zondagmiddag 22 december 1996 werd op landgoed Welna, gelegen in de bossen bij Epe, het lichaam gevonden van de 43-jarige Chris van de Werken uit Nunspeet. Hij was door pistoolschoten om het leven gebracht. Bijna dertig jaar later is de dader nog altijd spoorloos en behoort deze moord tot de meest intrigerende onopgeloste misdrijven van Nederland.
Een fatale zondagmiddag in het bos
De 43-jarige Van de Werken was getrouwd, had een gezin en woonde in Nunspeet. Op de bewuste zondag 22 december 1996 was hij naar het bos bij Epe gegaan voor een wandeling. Achteraf viel het op dat hij daar alleen was; normaal gesproken ging zijn gezin met hem mee. Omdat het jongste kind die dag ziek was, was zijn vrouw echter thuisgebleven. Hij had haar verteld dat hij rond een bepaald tijdstip weer thuis zou zijn. Toen hij niet terugkeerde, ging zij uiteindelijk naar hem op zoek.
Diezelfde middag troffen nietsvermoedende wandelaars zijn levenloze lichaam aan op een bospad op het landgoed. Aan het begin van dat bospad stond zijn groene Volkswagen Golf met het kenteken ZT-81-NS geparkeerd. Het slachtoffer lag zelf enkele honderden meters verderop. De gewaarschuwde politie stelde vast dat hij in de rug was geraakt en door pistoolschoten om het leven was gebracht. Hoewel er geen ooggetuigen van de schietpartij waren, verklaarden meerdere mensen achteraf dat zij rond het vermoedelijke tijdstip van de moord schoten hadden gehoord.
Het onderzoek van het 'Kerstteam'
De moord werd zeer serieus genomen door de autoriteiten. Er werd direct een speciaal rechercheteam opgericht, dat de naam het 'Kerstteam' kreeg. Dit team bestond uit ongeveer dertig rechercheurs uit verschillende delen van Gelderland. Op de plaats delict stelden zij diverse sporen veilig, waaronder patroonhulzen.
Het privéleven van het slachtoffer werd uitvoerig doorgelicht, maar volgens een later politiebericht leverde dit geen duidelijke verklaring voor de moord op. De recherche vond geen aanwijzingen voor een slecht huwelijk of overspel, en hoewel er werd onderzocht of de locatie diende als ontmoetingsplaats voor homoseksuele mannen, werden ook daarvoor geen aanknopingspunten gevonden. Er kwamen in de loop der tijd meerdere verdachten in beeld, maar tegen geen van hen kon voldoende bewijs worden geleverd, waardoor het onderzoek vastliep.
Het krachtenveld van een milieuambtenaar
Van de Werken was volgens de politie niet iemand van wie bekend was dat hij vijanden had. Wel werkte hij als milieuambtenaar bij het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe. Dit bracht hem in een ingewikkeld krachtenveld. In de maanden voor zijn dood was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van een zogeheten ammoniakreductieplan. Dit plan dwong boeren hun ammoniakuitstoot te verminderen, maar bood hen ook mogelijkheden om de veestapel uit te breiden mits zij hun bedrijf verplaatsten.
Hierdoor stond Van de Werken exact in het midden van de conflicterende belangen van landbouwbedrijven, overheden en milieugroepen. Eén van de organisaties waarmee hij professioneel contact had, was de Vereniging Milieu-Offensief (VMO). Vanwege dit complexe speelveld keek de recherche nadrukkelijk naar zijn werk als potentieel motief. Dat hij vanwege zijn functie is vermoord, bleef echter altijd een onderzoeksscenario; het is nooit officieel als motief vastgesteld.
Speculaties rondom Volkert van der Graaf
Jaren na de moord kreeg de zaak plotseling een uiterst opmerkelijke wending. Eén van de personen die Van de Werken kende via de Vereniging Milieu-Offensief, was Volkert van der Graaf. Toen Van der Graaf in 2002 werd gearresteerd voor de moord op politicus Pim Fortuyn, werd de belangstelling voor de oude cold case direct gewekt.
Er vielen de autoriteiten destijds bepaalde overeenkomsten op. Zo waren beide slachtoffers op klaarlichte dag van dichtbij in de rug geschoten. In latere berichtgeving werd ook vermeld dat een getuige zou hebben verklaard dat Van de Werken kort voor zijn dood had aangegeven met de dood bedreigd te zijn door Van der Graaf. Deze getuigenverklaring bewijst echter niet dat de bedreiging daadwerkelijk plaatsvond of dat de vermoedelijke bedreiger ook de dader was. Het Openbaar Ministerie bevestigde in 2002 tegenover NRC dan ook resoluut dat Van der Graaf in de zaak-Van de Werken nóóit als verdachte is aangemerkt.
Het spoor van de rode auto en het mediaconflict
Een ander veelbesproken spoor was de mogelijke aanwezigheid van een rode auto in de omgeving van de moordplek, welke door getuigen was gezien. In 2003 meldden media dat er werd onderzocht of dit een auto van Van der Graaf kon zijn. Waar de ene berichtgeving sprak over een Japanse Toyota Starlet (waarin Van der Graaf in 2002 reed), sprak latere berichtgeving over een rode Opel Kadett die hij in 1996 zou hebben bezeten. Ook hier geldt dat er publiekelijk nooit voldoende betrouwbaar bewijs was om hard te maken dat zijn voertuig bij de plaats delict was.
De kwestie escaleerde in 2006 toen De Telegraaf publiceerde over een vertrouwelijk rapport van de Nationale Recherche, waarin Van der Graaf nadrukkelijk in verband werd gebracht met de moord. In dit geheime onderzoek zou zijn gekeken naar de vermeende bedreiging, de rode auto, de modus operandi, de vondst van een vuurwapen in zijn woning (volgens een oud-huisbaas) en zijn alibi voor die dag.
Na de publicatie spande Van der Graaf een civiele procedure aan tegen de krant en kreeg in 2008 gelijk van de rechtbank in Amsterdam: de krant had hem onrechtmatig in verband gebracht met de moord en moest hem €2.500 schadevergoeding betalen. Ook de Raad voor de Journalistiek had hem eerder al in het gelijk gesteld. Het OM benadrukte na de publicaties dat het onderzoek naar hem onvoldoende bewijs had opgeleverd om hem als verdachte aan te merken.
Hernieuwde aandacht en openstaande vragen
De moordzaak verdween echter nooit volledig uit de schijnwerpers. In april 2007 maakte misdaadverslaggever Peter R. de Vries bekend dat hij onderzoek deed naar de vastgelopen zaak en riep hij in zijn televisieprogramma op tot het delen van tips.
In 2018 werd de zaak officieel een cold case door plaatsing op de landelijke Cold Case Kalender, inclusief een uitgeloofde beloning van €20.000. Dit leidde zelfs tot Kamervragen van toenmalig Tweede Kamerlid Henk Krol, die wilde weten of er nieuwe aanwijzingen waren. De minister antwoordde hierop dat de zaak simpelweg voldeed aan de criteria en met instemming van de nabestaanden was geplaatst om zo mogelijk nieuwe informatie los te krijgen. Wel werd benadrukt dat de hedendaagse ontwikkelde forensische en DNA-technieken mogelijk nog konden worden toegepast op de oude sporen.
De Stichting Coldcasezaken vermeldt het overlijden van Chris van de Werken vandaag de dag nog altijd als een cold case. Wat begon als de brute moord op een rustige ambtenaar groeide uit tot een complex dossier vol onbewezen speculaties, milieuconflicten en geheime rapporten. Het belangrijkste bewijs, en het antwoord op de vraag wie er op 22 december 1996 in de bossen bij Epe de trekker overhaalde, ontbreekt nog altijd.